vrijdag 28 januari 2011

Ontwerp van interprofessioneel akkoord - Standpunt Ferre Wyckmans in februarinummer Ons Recht

De gesprekken over een nieuw interprofessioneel akkoord (IPA) liepen niet van een leien dakje. Dat las u al in Ons Recht van januari. Brachten de kerstdagen inderdaad soelaas en leidden ze tot extra goede wil rond de tafel? Na Nieuwjaar werd wel degelijk opnieuw gepraat en onderhandeld. Voor het aartsmoeilijke dossier over arbeiders en bedienden kwam er zelfs een externe bemiddelaar aan te pas. Op 18 januari was er een ontwerptekst met twee delen. Eén luik over de traditionele thema’s en een ander luik om de verschillen of discriminaties tussen arbeiders en bedienden weg te werken.
Voor de werkgevers moest er koste wat het kost aan de index worden geraakt. Aan de index raken staat gelijk met een regelrecht verlies van koopkracht. Dat bleef dus een ‘No pasarán!’ voor de vakbonden. In de ontwerptekst blijft de automatische indexering van de lonen overeind. De tekst zegt wel dat er een studie zal komen om uit te vissen waarom de energieprijzen en sommige voedselprijzen in België een groter effect hebben op de prijsstijgingen dan in andere landen.
Sinds 1996 moet een IPA ook bepalen wat de loonmarge is waarover sectoren of ondernemingen in de komende twee jaar kunnen onderhandelen. Het ontwerp spreekt van een marge van nul procent voor 2011 en 0,3 procent voor 2012. Geen vetpot. Met het enorme nadeel dat economisch sterke en economisch zwakke sectoren op één hoopje worden gegooid. De vakbond blijft van mening dat het beter kan en moet waar de ruimte het wel toelaat.

Uitkeringen

Een omvangrijk pakket aan maatregelen doet de uitkeringen voor sociaal verzekerden (werklozen, gepensioneerden, zieken) in 2011 stijgen. De sociale smaakmaker van de tekst. Voor er in 2012 iets extra’s kan gebeuren, moet er eerst wel een nieuwe regering zijn waarmee kan worden overlegd.
In de ontwerptekst staan verder maatregelen die sommige specifieke brugpensioenstelsels verlengen. Het ontwerp gaat ook over de werkgeversbijdragen voor de vorming van risicogroepen.
Sluitstuk is een redelijk ingewikkelde en niet altijd even duidelijke tekst die de voorzitter van de Nationale Arbeidsraad aanreikte als het ‘momenteel enige haalbare scenario’ om de statuten van arbeiders en bedienden dichter bij elkaar te brengen. Vooral het luik over de ontslagregeling komt uitgebreid aan bod.
Het is onbegonnen werk om hier alle elementen toe te lichten. Kort samengevat komt het erop neer dat de wettelijke opzegtermijn voor de arbeiders licht stijgt in de komende zes jaar. Ze krijgen een aanvullende nettopremie van de RVA om de inkomenszekerheid langer te waarborgen.

Opzegtermijnen

Voor wie op dit moment in dienst is, verandert er niets. Krijg je een nieuw contract, dan verandert er wel iets. Voor de bedienden met een jaarloon beneden de 30.535 euro wijzigt er in de eerste ver jaar niets, maar in 2016 gaat hun opzegtermijn er minstens twee procent op achteruit. Voor de bedienden met een jaarloon tussen 30.535 en 61.071 euro wordt vanaf 2010 een formule van opzegtermijnen vastgelegd van één maand per begonnen jaar (minstens drie maanden). Maar die formule wordt ook meteen in drie schijven (2012, 2014 en 2016) verminderd met drie, drie en vier procent. Voor bedienden met een jaarloon boven de 61.071 euro verandert voorlopig niets.
Tegen eind 2012 moet wel worden onderhandeld over een totaal nieuwe regeling voor arbeiders én bedienden. De opzeg zal dan bestaan uit een stuk brutoloon dat de werkgever moet betalen, een stuk nettoloon dat de werkgever geeft en een premie van de RVA.
Voor de jaarlijkse vakantie wordt in de ontwerptekst voortaan ook de eindejaarspremie meegeteld wanneer het dubbel vakantiegeld wordt berekend bij de bedienden. Iets wat bij arbeiders al gebeurt. Voor het enkel vakantiegeld van arbeiders wordt de eindejaarspremie niet meer verrekend. Zoals ook niet het geval is bij de bedienden.
Vooral het deel over de statuten gaf aanleiding tot vele vragen en bekommernissen. Naar goede democratische gewoonte is het de LBC-NVK-Raad die de eindbeoordeling moet maken.


Ferre Wyckmans
Algemeen Secretaris LBC-NVK



maandag 24 januari 2011

Ook niet in onze naam, zegt ACV

We zijn zeer op onze hoede als er ‘in onze naam’ wordt gedacht en gesproken. Want minder staat, dat is onbetwistbaar wat sommigen met deze zesde staatshervorming willen. Zo komen publieke financiën in gevaar en meteen ook de openbare dienstverlening en dus ook cultuur. Ferre Wyckmans spreekt namens het ACV op het evenement 'Niet in onze naam' in de KVS.
Ik moet mij inhouden om niet te starten met een woord van dank aan de De Wevers, Bekes en de andere Reyndersen en Mangains van deze wereld én het verzamelde keurkorps van bemiddelaars, verzoeners, ontmijners en verkenners dat de afgelopen 30 weken op het Koninklijk bordes verscheen. Wat ze wisten tot stand te brengen was onbetwistbaar niet beoogd, maar is toch mooi geslaagd. Deze avond danken we aan hen. Ze realiseerden tot heden welgeteld één resultaat. Iets waar we spontaan niet zomaar waren op uitgekomen.

Een unisono standpuntbepaling en verstandhouding tussen de wereld van kunst en cultuur en deze van de meest actieve spelers op het sociaaleconomisch podium: de federale vakbonden.


Ik benadruk dit federale karakter toch maar even. Dit land kent geen enkele federale politieke partij meer, de gevolgen ervan laten zich ongemeen hard en dagelijks voelen.
Terwijl uitdrukkelijk gekozen wordt om op basis van taal en ondefinieerbare termen als godbetert ‘culturele identiteit’ inwoners van dit land te verdelen en te scheiden, wordt juist eenheid geoogst. Qua miscasting een Oscarnominatie waard.
Vakbonden leveren zelden een kunstwerk af en onze kunstjes leveren zelden schoonheidsprijzen en spijtig genoeg niet steeds publiek toejuichingen op. Maar het sluiten van een compromis is ons niet vreemd.
In tegenstelling tot artiesten zijn we wat minder applausgericht, maar op bijval zijn we uiteraard even tuk. Het verwerven van successen wordt ons al jaren flink lastig gemaakt. De kaasschaaf gaat al langer over de werknemers heen. Het creatieve gecombineerde afbraakwerk waar werkgevers en politiek elkaar te vaak vinden heeft ons echter geleerd alert te blijven en te blijven reageren. Intriges en bedrog, ze maken deel uit van het theater waarin we onze eigen actierol al meer dan 125 jaar spelen. We hebben evenwel geen nood aan extra flauwiteiten.

Minder staat, dat is onbetwistbaar wat sommigen met deze zesde staatshervorming willen.
We zijn dus zeer op onze hoede als er ‘in onze naam’ wordt gedacht en gesproken. We hebben geen behoefte aan ongenode souffleurs die met de foute toneeltekst het plot een andere wending willen geven. En waarbij er duidelijk niet geïmproviseerd wordt. Integendeel, het is onbetwistbaar welke richting sommigen met deze zesde staatshervorming uit willen. Een staatshervorming die gericht is op minder staat.
Want dat is het welbedoelde neveneffect van verlaging van vennootschapsbelasting, de invoering van een vlaktaks en dus het komaf maken met de progressiviteit van ons fiscaal stelsel. De concurrentie tussen gewesten en gemeenschappen met als doel een race naar de belastingsbodem. Zo komen publieke financiën in gevaar en meteen ook de openbare dienstverlening en dus ook cultuur. Maar ook de directe en indirecte herverdeling van publieke middelen gaat zo naar ‘af’. Sociale voortgang is per definitie niet te rijmen met economische wedijver. De economische effecten van die rivaliteit is genoegzaam bekend, we ruimen er alle dagen het sociale puin van.

Responsabilisering is het nieuwe toverwoord. Als er wat fout loopt is dat een individuele verantwoordelijkheid, eigen schuld dikke bult. De omgekeerde redenering van een solidaire welvaartstaat. Met al sluitstuk de federale sociale zekerheid, vergeef me dat ik het nog even possessief benadruk… ‘onze’ sociale zekerheid. Zit er één werknemer te wachten op een gevarieerde kinderbijslag in Vlaanderen of Wallonië? Laat staan op nog een eigen Brusselse variant? Zullen drie RVA’s de toestand voor de enkele honderd duizenden werklozen verbeteren? Hun onderling gedwongen concurrentie om elke laagst betaalde en meest flexibele baan aan te nemen is geen sociale verbetering. Evenmin worden we bekoord door de werklozenbegeleiding, die voortaan activering heet en die gericht is op beperking van uitkeringen, beperking in de duur van de werkloosheidsuitkeringen. Minder en beperken van werknemersrechten het zijn de kernwoorden van de nieuwe Vlaamse scherpslijpers. Argumenten worden uit het buitenland gehaald, met Duitsland, Nederland en Frankrijk als meest flitsende referenties. Een nieuw buitenland, dat Wallonië heet, zal sociaal worden kapot beconcurreerd. Met nefaste gevolgen voor Waalse, Brusselse en Vlaamse werknemers. Dat alles is de voorafspiegeling van regionale onafhankelijkheid op z’n Vlaams. Wij passen ervoor. Dat programma wordt in ieder geval niet in onze naam geproclameerd.

Namens het ACV/CSC - Ferre Wyckmans – Algemeen Secretaris LBC-NVK




Namens het ACV/CSC - Ferre Wyckmans – Algemeen Secretaris LBC-NVK

woensdag 5 januari 2011

IPA beter in januari? - Standpunt in januari nummer Ons Recht

Vakbonden en werkgevers hebben de gesprekken over een nieuw Interprofessioneel Akkoord (IPA) op 23 december voor een tijdje stilgelegd. Ellenlange officiële vergaderingen, tal van informele contacten en het overtreffende berekeningswerk in technische werkgroepen leverden te weinig overeenstemming op om een akkoord te beklinken. Dus werd een rustpauze ingelast. Na de periode van de feestdagen willen de onderhandelaars een vers blik goede wil opentrekken om tot goede afspraken te komen. Als de geesten wat tot rust zijn gekomen en de gemoederen wat aan heftigheid hebben ingeboet.

De onderhandelingen gaan over vier thema’s. Al die thema’s hebben hun belang maar elk ervan heeft een eigen soortelijk gewicht.
Zo is er de kwestie van de welvaartsvastheid van de uitkeringen. Zeg maar de afspraken die nodig zijn om werkloosheids- en ziekte-uitkeringen, pensioenen en uitkeringen bij beroepsziekten te verhogen. Ook in die deelsectoren moeten prioriteiten qua omvang en timing worden bepaald. De onderhandelaars moeten daarbij rekening houden met de middelen die de overheid ter beschikking stelt. Het gaat om 498 miljoen euro in 2012 en maar de helft daarvan in 2011. Een oefening waarvan het resultaat ongeveer in zicht is.
Een tweede dossier gaat over de verlenging van sommige maatregelen. Het belangrijkste onderdeel hiervan is de mogelijkheid om sommige brugpensioenen ook in 2011 en 2012 te kunnen toepassen. Ook hierover ligt een akkoord in het verschiet.

Loonmarge

Voor de twee resterende onderwerpen is er voorlopig minder reden tot enthousiasme. In november becijferde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) dat er voor de jaren 2011 en 2012 samen een zogeheten loonmarge van vijf procent is. De CRB hield daarbij rekening met een aantal omstandigheden in de ons omringende landen. Om de index te handhaven zal naar schatting 3,9 procent nodig zijn. Hierdoor is er een echte, gemiddelde loonmarge van 1,1 procent. Niet veel maar toch.
Wie schetste onze verbazing toen de werkgevers stelden dat de berekeningen niet juist waren. Volgens hun rekenkunde moet het principe van de loonindexering worden herzien en is er helemaal niks beschikbaar voor loonsverhogingen. Als de werkgevers die houding zouden aannemen om strategisch de gesprekken wat te bemoeilijken, dan zouden de vakbonden nog kunnen volgen. Maar hun houding bleek toch meer dan strategisch. Ze wilden daadwerkelijk onder de index door en hielden vol dat er nergens loonsverhoging mogelijk was. Op dit vlak valt dus nog wat kwade wil weg te masseren.

Statuut

Het laatste en lastigste dossier gaat over de vraag hoe je de verschillen tussen arbeiders en bedienden wegwerkt. Elders in dit nummer van Ons Recht gaan we daar nog wat dieper op in.
Maar toch nog even de essentie van dit verhaal. Tussen arbeiders en bedienden zijn er zodanige verschillen dat je eigenlijk van discriminatie kan spreken. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar. Die verschillen wegwerken doe je door de positie te verbeteren van diegenen die benadeeld worden. Eventueel in de tijd gespreid.
Ook hier duikt een hoogst eigenaardige logica op. “Geef de ene wat meer en de andere wat minder”, zeggen de werkgevers. Elke vergelijking loopt wel eens mank. Maar stel je voor dat in de VS of in Zuid-Afrika de discriminatie tussen blank en zwart op die manier zou zijn opgelost. Discrimineer ook de andere groep… en er is geen probleem meer. Foute boel, foute redenering en foute argumenten. Terugkomen in januari dus.

Ferre Wyckmans

Algemeen Secretaris LBC-NVK

vrijdag 31 december 2010

2011

Jaareindes, we hebben ze nodig als scharniermomenten. Ze bieden ons de kans om mentaal even stil te staan. De opportuniteit ook om – zij het een klein beetje – tabula rasa te maken en een nieuw blad te kunnen aanvatten. Destijds niets zo leuk op school als in een nieuw, blanco schrift te mogen beginnen. De blik vooruit op wat komen gaat en wat we anders, liefst beter, willen. De blik ook even achteruit gewend. “Omzien in verwondering” luidt de titel van een prachtig 2 delen-boek van Annie Romein-Verschoor. Verwondering als juiste omschrijving, want niet alles bij het achterom zien levert bewondering op.


Bewondering is en blijft er wel voor al die syndicalisten die zich ook in 2010 hebben ingezet voor meer en waardiger werk. Een strijd die nooit bij voorbaat is gewonnen, maar dat is geen reden om ons uit het lood te laten slaan. Haast integendeel. Elk patronale of politieke aanslag op werknemersrechten wakkert het vuur van het weerwerk aan. De ontmoediging willen we kansloos maken. De wetenschap dat we samen en met velen zijn als adrenaline voor syndicale moed. Al hoeden we ons voor overmoed. Er wordt immers in alle hoeken gemikt als het werknemersrechten betreft. Ook het afgelopen jaar is gebleken dat niets vanzelf gaat. Vanzelf worden werknemers als zwaksten de eerste slachtoffers. Vanzelf worden financiële crisissen afgewenteld op werknemers. Onze opdracht blijft het wegwerken van die vanzelfsprekendheden. En er andere voor in de plaats te zetten.

Voor 2011 wordt voorspeld dat ‘we’ nog door een diep dal moeten. Saneringen van overheidsfinanciën en ‘minder’ als leidraad voor alles. Onbetaalbaarheid van de pensioenen en van de werkloosheid, hangmat-werklozen, onverantwoorde brugpensioenen, concurrentieachterstand en andere percepties worden ongenadig en onophoudelijk verspreid. De bedoeling is duidelijk, we zullen het met minder moeten doen. Met ‘we’ wordt bedoeld: de werknemers. Een nieuw begin ten spijt zal blijken dat 2011 niet start met een eerlijker inkomensverdeling, we durven wedden dat het begrip zelfs niet in een nieuwe regeringsverklaring zal voorkomen. De eindejaarsbonussen van sommige bedrijfsleiders zullen niet of amper te lijden hebben gehad van het anno horribilis dat 2010 heet te zijn. De vlaktaks waarover opnieuw hard wordt gescandeerd is niets anders dan een lagere belasting voor de hoogste inkomens. ‘Staatshervorming’ is in Vlaanderen een gegarandeerd alibi om een sociaal-economisch rechter beleid op poten te zetten. De kans dat we spontaan op onze wenken zullen worden bediend voor onze eisen over de aanpak van het grote geld (www.hetgrotegeld.be) , een vermogensbelasting is onbestaande. Laten we dat echter juist een als aansporing beschouwen. Dat geldt ook voor de weer opduikende dwangsommen die stakers en actievoerders worden opgelegd. Door rechters die van actievoeren niet willen weten, door werkgevers die zich blijkbaar telkens weer – zeker in Vlaanderen – verzekerd weten van juridische spitsvondigheden en lamentabel rechtelijke uitspraken om actievoeren onmogelijk te maken. Zo zullen we 2011 dus instappen; in de overtuiging dat we de onophoudelijke iopdracht en uitdaging hebben om samen te zorgen dat het beter wordt. Dat doel houden we voor ogen.

Ferre Wyckmans
Algemeen Secretaris LBC-NVK

vrijdag 17 december 2010

Belgische versie ‘Chapter 11’ heeft hoge prijs

De nieuwe gerechtelijke reorganisatieprocedure oogstte dit jaar al diverse keren veel lof in de media. Anders dan haar voorganger wordt deze procedure wél massaal gebruikt. Tot grote tevredenheid van de werkgeversorganisaties. De populariteit van de procedure bij haar gebruikers mag niet te snel doen veronderstellen dat ze alleen maar positieve kanten heeft. Het succes van de sociale verzorgingsstaat ga je toch ook niet alleen maar afmeten aan het aantal uitkeringstrekkers?

De gerechtelijke reorganisatieprocedure is bedoeld om bedrijven in slechte financiële papieren opnieuw wat zuurstof toe te dienen. Dat doel wordt bereikt door zowat alle stakeholders, met uitzondering van de noodlijdende ondernemer, een prijs te laten betalen. Geen wonder dat niet iedereen blij is om te mogen meewerken aan het herstel van het zieltogende bedrijf.

Een opvallende vaststelling is dat vooral kleinere schuldeisers in de praktijk de dupe zijn. Vooral in de arbeidsverhoudingen leidt dit onderhand tot aberraties zonder weerga. Ontslagen werknemers die hun opzegvergoeding in het reorganisatieplan beperkt zien tot 15 procent, uit te betalen over een periode van vier jaar. Overdrachten van bedrijven waarbij de rechten van het personeel worden teruggeschroefd tot een fractie van het origineel. Ondernemingen die de gerechtelijke reorganisatie gebruiken om gedurende lange tijd en wettelijk – want gedekt door de rechter – diep onder de sectorale loonminima te duiken. En sectorfondsen die gedwongen zijn aanvullende pensioenen te betalen waarvoor als gevolg van een reorganisatieplan jarenlang geen bijdragen werden betaald.

Reddingskansen

De kansen om het noodlijdende bedrijf te redden blijven bovendien redelijk bescheiden. Zo publiceerde de handelsrechtbank van Dendermonde op haar website een overzicht van de dossiers gerechtelijke reorganisatie die daar ingeleid werden. Van de 28 bedrijven die er in 2009 een dossier inleidden, waren er medio 2010 al 19 failliet. Bijna 70 procent dus. Een betere score dan in de tijd van het oude gerechtelijke akkoord. Maar nog altijd niet echt spectaculair.

Deze situatie verontrust de vakbonden. Het zou de werkgeversorganisaties sieren als zij zich ook zorgen zouden maken. Tenslotte zijn het hun (bonafide) leden die mee het gelag betalen voor bedrijven in gerechtelijke reorganisatie. Zij krijgen te maken met concurrentievervalsing. En ze betalen ook mee via allerlei solidariteitsmechanismen (kwijtschelding van schulden, sectorale pensioenfondsen, sluitingsfonds).

De bewindslieden zouden er goed aan doen zich niet langer verkrampt op te stellen. Vroeg of laat dreigt de overheid te worden geconfronteerd met aanzienlijke schadeclaims. De arbeidsrechtelijke kanten van de gerechtelijke reorganisatie staan op tal van punten immers op gespannen voet met de Europese Overnamerichtlijn en met fundamentele mensenrechten.

Door hun laksheid houden de politieke verantwoordelijken ook een systeem in stand met torenhoge maatschappelijke kosten. Loont het wel de moeite om ondernemerschap te stimuleren op deze manier? Dat is de vraag waarover we grondig zouden moeten nadenken.

Peter Tierens

Juridisch adviseur bij de vakbond LBC-NVK

donderdag 9 december 2010

Shocktherapie om Belgen langer te doen werken

Als Marc De Vos van de (liberale) denktank de passie preekt dan letten we per definitie op onze ganzen. Hij komt tot de vaststelling dat het Generatiepact een maat voor niets geweest is, dat er maar ontslagen van ouderen bijkomen en dat er van enige activering van ouderen niets in huis komt. Slotsom: “het is absoluut noodzakelijk dat de Belgen langer gaan werken”. Over de vraag waar, in welke banen, en wat er met de jongerenwerkloosheid dient te gebeuren horen we in zijn pleidooi niets.

Als Marc De Vos wat debiteert is Jan Denys, de arbeidsmarktspecialist van Randstad, nooit ver uit de buurt. En even vaak komt hij met krassere formuleringen dan anderen voor de dag die hij met bravoure gesleten krijgt in De Standaard of De Tijd.

Hier gaan we… als het over de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van bruggepensioneerden gaat. “Maar dat is een lachertje. De RVA heeft dat een paar weken geprobeerd. Dan is dat systeem lamgelegd door de sociale partners, met instemming van de overheid. Deze mensen krijgen nu de boodschap dat ze niet moeten wakker liggen van het officiële discours”. We hebben hier te maken met een “iemand die gestudeerd heeft”, om het in termen van mijn ouders te zeggen, en die dus dit soort praat verkoopt als wetenschap. Geen greintje van weerwoord, geen vraagje of hij daar misschien een ietsje-pietje van bewijs voorheeft, geen telefoon met iemand die in deze belaagd wordt. Als Denys (en met hem vele anderen) spreekt is opschrijven en zwijgen blijkbaar de redactionele houding.

Ook over het outplacement van 50-plussers weet Jan Denys niks dan lelijke dingen te vertellen. Verontwaardiging in overdrive. Daar was begin oktober wel wat minder van te bespeuren toen Randstad bij het zoeken van personeel voor een Balens metaalbedrijf een vacature plaatste. Daarin staat de volgende vreemde paragraaf: Belangrijk!! Geen mensen die op DAF gewerkt hebben; werken op een totaal andere wijze + attitude van deze werknemers past niet binnen hun bedrijf. Wel mensen die bij Hanssen Transmissions hebben gewerkt: relevante ervaring + juiste attitude. De consulente die deze melding, in opdracht, plaatste werd aan de deur gezet. Randstad kwam met een gespeelde verontwaardiging over een spijtig incident op de proppen en op enig excuus van de opdrachtgever is het nog wachten.

Werknemers hebben niet de juiste instelling. Professoren pleiten voor maatregelen en shocktherapieën zonder ooit aan iemand enige verantwoording te moeten afleggen. En arbeidsmarktspecialisten, in dienst van uitzendbedrijven, mogen selectief verontwaardigd zijn. Vakbonden mag men zowat van alles de schuld geven. En daar bovenop een schrijnend gebrek aan journalistiek weerwerk of een zoektocht naar een tegensprekelijke mening. Gelukkig is onze kracht van de overtuiging er om de ontmoedigende buitenwereld de baas te kunnen. Meer dan 316.000 leden, dat kan geen toeval zijn. LBC-NVK verdient hen, zij verdienen ons: die andere mening, die verdedigende werknemersorganisatie.


Ferre Wyckmans
Algemeen secretaris LBC-NVK

woensdag 1 december 2010

Het leugenpaleis - Standpunt in Ons Recht, december 2010




Met onze Campagne voor een Rechtvaardige Fiscaliteit hebben we nog veel werk voor de boeg. Als het over de belastingdruk gaat, hanteren de bedrijven het aloude adagio: “Herhaal onwaarheden. Blijf ze herhalen. En leugens worden waarheid.” Helemaal dankbaar is het om er een grote, liefst wereldwijde, zogenaamd onafhankelijke deskundige op los te laten.

Price Waterhouse Coopers doet audits, geeft belastingadvies en helpt bedrijven bij fusies. Elk jaar publiceert het concern een rapport over de belastingdruk voor bedrijven in de wereld. België zou op dit punt de hoogste belastingdruk ter wereld hebben: 57 procent. Dat is de optelsom van de belastingen op winst, belastingen op arbeid en andere belastingen.
De pers rolde de rode loper uit voor iedereen die de conclusie even wilde komen in de verf zetten. En de PR-machine van PWC draaide op volle toeren, met als boodschap dat ‘vennootschappen schandalig belast worden’. De modale journalist stelde geen kritische vragen.
Als we de cijfers goed bekijken, blijkt de echte vennootschapsbelasting op winst hier tot de laagste ter wereld te behoren (4,8 procent). De belasting op arbeid, zeg maar wat werkgevers en werknemers bijdragen voor de sociale zekerheid, bedraagt 50,4 procent. Bij PWC heet zoiets dan ‘vennootschapstaks’. Een bewuste nonchalance van een bedrijf waar ‘experts’ elkaar voor de voeten lopen. Geen wonder dat ze al eens struikelen. Maar zo flagrant op de bek gaan!


Reynders


De vakbonden zeggen al langer dat de echte vennootschapsbelasting in België géén 33,99 procent bedraagt, maar slechts 13,6 procent (in 2008). Het cijfer komt van Didier Reynders himself, de minister van Financiën die zich uitermate vriendelijk toont voor het bedrijfsleven. Het cijfer over de vennootschapsbelasting van PWC klopt dus gelukkig niet. Reynders bevestigt dat ook, zij het niet fanatiek.
Schandalig is het dat werkgeversverenigingen het rapport misbruiken om de Belgische bedrijventaks als infaam te blijven voorstellen. PWC selecteerde welgeteld één onderneming met 60 werknemers in de dichtst bevolkte stad van elk land. Die selectie is dan ‘representatief’ voor het betrokken land. Kan je zoiets wetenschap noemen? Hier waren regelrechte knoeiers en dilettanten aan de slag.
Applaus kwam er stante pede van die andere expert vennootschapsbelasting in ons land, Karel Van Eetvelt van Unizo. Ook het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) blijft sarrende dubbele boodschappen spuien. Op het loonoverleg beweert het VBO dat het Belgische belastingstelsel ‘onhoudbaar’ is voor bedrijven. Heel anders klinkt het in een recente brochure van de Belgium-Japan Association (BJA): “De nominale (= officiële) vennootschapsbelasting in België is één van de hoogste in de Europese Unie maar qua effectieve vennootschapsbelasting heeft België de laagste belasting op bedrijfswinsten ter wereld”. Zo hoort u het ook eens van een ander. De woorden komen van Thomas Leysen, de voorzitter van de BJA; bij ons beter bekend als voorzitter van het VBO.


Electrabel


Op de dag dat het fameuze rapport van PWC aan bod kwam, viel ook te lezen dat Electrabel in 2009 op een winst van 1,55 miljard euro amper 0,5 miljoen euro belasting betaalde. Een belastingdruk van 0,04 procent. Een cijfer in de buurt van de clenbuterolwaarde van Alberto Contadors bedorven steak. En die gaat niet wegkomen met een attestje van zijn arts.
Nog diezelfde dag werd na dertien jaar procederen vastgesteld dat het dossier over 128 miljoen fraude bij het Nevelse computerbedrijf ATC verjaard was. Wie het geld heeft om procedureadvocaten de ene vertraging na de andere te laten pleiten zit in dit land gebeiteld als fraudeur. Zelfs de voorzitter van het college van procureurs-generaal wordt er moedeloos van.
Er is géén gigantische belastingdruk voor bedrijven in dit land. Wel een treiterende lankmoedigheid wanneer het erom gaat belastingen correct te innen.
De werkgevers beweren dat nieuwe cao-afspraken over de lonen niet kunnen en willen aan de index raken. Ongeloofwaardig. De LBC-NVK zal niet de geringste aanval op de index dulden. Duidelijkheid heeft zo zijn voordelen. En wij zeggen het hier niet anders dan op andere plekken.

Ferre Wyckmans
Algemeen Secretaris LBC-NVK