donderdag 3 april 2014

Handen af van het actierecht


Alleen totalitaire regimes miskennen dat recht

 
Het recht om via acties druk te leggen op werkgevers of beleid om voorstellen, bedreigingen of beslissingen te beïnvloeden is een democratisch recht. Alleen totalitaire regimes miskennen dat recht en bestrijden dat met repressie van juridische bedenkelijk allooi of met pure fysieke macht. Een democratische rechtstaat hoedt zich ervoor om dat recht met lichtzinnige maatregelen of dreigementen van welke aard dan ook te grabbel te gooien. De zorg om dat recht te vrijwaren mag en moet groter zijn dan het bestrijden van de economische of andere gevolgen van actie.

Zelfs juridische beslissingen, ook en uitgerekend in een rechtstaat, staan niet boven alles. De scheiding der machten, de wetgevende macht (parlement), de uitvoerende macht (regering) en de juridische macht (rechters) plaatst de ene per definitie niet boven de ander. In ieder geval is het niet zo dat “de rechter heeft bepaald” een op zich voldoende argument is om elke actie meteen als onwettelijk of ongegrond te verklaren. Dat is nochtans de redenering die burgemeester De Wever hanteerde in zijn veroordeling van de acties van de foorkramers die zich van hun vertrouwde Sinksenfoorplaats verstoken zagen. Als deze redenering door wordt getrokken is alles toegelaten of verboden, tenzij de rechter bepaalt dat het niet of wel is toegelaten. Zo organiseer je geen samenleving.

Niet de plaats van de Sinksenfoor is onze syndicale zorg. Wel het dreigement dat werd geuit dat bij een volgende foorkramersactie mogelijk het leger zou worden ingezet is een piste die heel ver over de grens van de democratische welvoeglijkheid gaat. Het leger heeft in deze geen enkele opdracht. Niet op noch naast de foor.
Het militariseren van actiebestrijding is kenmerkend voor totalitaire regimes, het is dan ook echt onbegrijpelijk dat zelfs de verwijzing naar die eventuele mogelijkheid nog maar bedacht wordt. Foorkramers, marktkramers, winkeliers, werknemers… wat mij betreft militairen én politici hebben het recht om hun ongenoegen duidelijk, luidruchtig of serener, op straat of binnenkamers kenbaar te maken.
Toen Front National kamerlid Laurent Louis, Premier Di Rupo van pedofolie beschuldigde verlieten de meeste parlementairen hun werkplek. Ik was blij vast te stellen dat Open VLD-er Bart Somers daar, met recht en rede, de aanstoker van was. Als werknemers onaangekondigd en meteen hun werkplaats verlaten heet dat staking, een wilde staking zelfs. Ik heb nadien niemand horen janken dat de procedures van actie-aanzeg niet gerespecteerd waren en nog minder heb ik weet van het feit dat er financiële sancties volgen voor dit wilde werkverzuim. Dus naast het kenbaar maken van zijn of haar visie en ongenoegen, heeft iedereen het recht om dit te ondersteunen met actievormen, het geweld op burgers uitgesloten.

Als vakbond hebben we ervaring met actie. Van betogen tot het neerleggen van het werk, dat is staken. In ons sociaal overlegsysteem is het overleg om acties te vermijden zo niet de essentie, dan toch een flink deel van de praktijk. Maar soms behoort het ongenoegen of de onvrede krachtdadiger, dat is niet hetzelfde als gewelddadiger, dan het overleg te zijn. De forsing voeren via acties hebben verworvenheden als het algemeen stemrecht gerealiseerd. En nogal wat werknemersrechten zijn er niet gekomen omdat er aan de onderhandelingstafel zo goed geargumenteerd en geluisterd werd.
Acties tot en met stakingen horen tot de sociaaleconomische overlegdemocratie. Dat een Senaatscommissie bij meerderheid oordeelt acties bij openbare diensten of publieke bedrijven “wettelijk” te beperken is een democratische aanslag. Niet omdat er een wisselmeerderheid bij te pas kwam, dat op zich is juist het bewijs van de scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht. Wel omdat het een aanzet wordt van ‘politieke’ of ‘rechterlijke’ beoordeling van acties of actievormen. Dat is een maatregel die niet in verhouding staat tot het beoogde doel.
Bovendien zal dezelfde redenering binnen de kortste keren worden gehanteerd en uitgebreid naar andere dan publieke bedrijven. Vanuit zogenaamd concurrentiële overwegingen zullen privébedrijven oordelen dat ze dezelfde rechten mogen claimen als de Post, Belgacom, de NMBS, stads- en gemeentediensten enz… niet in het minst omdat flink wat van de openbare dienstverlening al werd geprivatiseerd.

Daarom roept LBC-NVK alle politiek verantwoordelijken op om hun rol als eerste bewakers van alle democratische rechten ter harte te nemen. En dus geen actie-inperking goedkeuren die indruist tegen de essentie van de democratie zelf.

 
Ferre Wyckmans
Algemeen Secretaris LBC-NVK

maandag 31 maart 2014

Sociaal overleg wordt steevast bemoeilijkt

“De invloed van de vakbonden op de loonvorming verminderen.” Zo zien Europese instanties één van de maatregelen die de concurrentiepositie van de EU-lidstaten moeten ten goede komen. Die ‘logica’ verraadt onomwonden wat wordt bedoeld met ‘een Europese economische politiek’.
Ook in menig partijprogramma in ons land wordt fel geschreeuwd om de invloed van de bonden op de loonvorming terug te schroeven. Europees beleid wordt bepaald en goedgekeurd door onze Europese politici. Het wordt uitgevoerd en versterkt door onze lokale, federale en Vlaamse politici.

Loonnorm

De loonnormwet zegt dat het in 2013 en 2014 wettelijk verboden is om collectieve loonafspraken te maken die resulteren in loonsverhogingen. Individuele loonafspraken mogen wel.

In 2011 en 2012 waren collectieve afspraken ook ‘verboden’, een maximale stijging van 0,3 procent in 2012 buiten beschouwing gelaten. Er wordt hardop gedacht en gesproken over het idee om de ‘nulgrens’ te verlengen tot eind 2018.
Dit alles wordt gesteund door zo goed als alle partijen die pleiten voor een loonlastenverlaging ‘voor de werkgevers’. Wie beweert dat dit ook zal leiden tot hogere lonen, is de boel aan het belazeren. Unizo-voorman Karel Van Eetvelt pleitte zelfs als voor een ‘daling van de koopkracht’.

Opzegregelingen

Een zelfde verhaal rond de opzegregelingen. Sinds 1 januari 2014 is het wettelijk ‘verboden’ om in een sector-cao een opzegregeling te voorzien die beter is dan de wettelijke regeling. En dit terwijl bij wet hele sectoren tijdelijk of zelfs definitief van de wettelijke regeling worden uitgesloten. Collectief: geblokkeerd. Individueel: de deur staat nog wel open.

Ook op een ander punt laat Unizo zich niet onbetuigd. Zieke werknemers zijn volgens Unizo eigenlijk ‘sociale fraudeurs’. Unizo wil wél de eigen leden helpen om belastingen niet te betalen. Als de vakbonden vragen collectieve afspraken te maken over controles, geven de werkgevers nooit thuis.
Ben Weyts (N-VA) zei onlangs dat het tijdkrediet moest worden ingeperkt omdat het toch maar diende om ‘wereldreizen te maken op kosten van de gemeenschap’. Ondersteunende stilte bij Unizo.

Monica De Coninck

De minister van Werk, Monica De Coninck, laat nog gauw de Hoge Raad voor Werkgelegenheid een onderzoek doen naar de effecten van de ‘discriminatie’ van ‘hogere lonen’ voor oudere werknemers en hoe dit leidt tot het uitstoten van oudere werknemers op de arbeidsmarkt. Er wordt luidop gedacht aan het niet langer goedkeuren van cao’s die nog met barema’s werken langer dan zeven jaar. Een logica die blijkbaar ook alleen geldt voor collectieve en door de vakbonden afgesproken en verkregen loonregelingen. Individuele oudere werknemers – zeker zogenaamde dure supertalenten – zal niets in de weg worden gelegd.

Als lonen de aanwerving van oudere werknemers belemmeren, hoe is dan de hoge werkloosheid van zelfs opgeleide jongeren met lagere lonen te verklaren? Jongeren moeten blijkbaar maar werken tegen gelijk welke voorwaarde ook, of worden uitgesloten van de werkloosheidsuitkering. Onze minister van Werk zei het ooit zo: “Al wie oren en poten heeft moet werken”.

Als het erom gaat vakbondsrechten – en dus werknemersrechten – te beschermen of misschien zelfs vergroten, blijf je flink op je honger in de meeste partijprogramma’s. Telkens weer wordt het sociaal overleg geschoffeerd. En tegelijkertijd wordt niets ondernomen om het sociale speelveld te beschermen. Onze oproep aan de politieke partijen: herwaardeer het sociaal overleg, in plaats van het onmogelijk te maken.


FERRE WYCKMANS
ALGEMEEN SECRETARIS
 

maandag 10 maart 2014

Parlementairen: maak van Europa een solidair verhaal!

Op 25 mei verkiezen we niet alleen onze federale en regionale volksvertegenwoordigers maar ook onze 22 Europese parlementairen. Het valt te vrezen dat de Europese verkiezingen bij ons zullen worden ondergesneeuwd door discussies over ja dan neen een volgende staatshervorming en de vraag hoe fors een zoveelste lastenverlaging voor de bedrijven moet zijn.

Het probleem met de Europese verkiezingen is het probleem van de Europese beleidsvoering. Europa raakt letterlijk alles en nog wat maar het gebeurt buiten het blikveld van onze democratische besluitvorming. Europa is verkeershinder door de Europese toppen in Brussel. Europa is enige nationale trots omdat onze Herman Van Rompuy de voorzitter van de Raad is. Europa is onze Eurocommissaris Karel De Gucht, van wie we beter de fiscale geschillen kennen dan zijn bevoegdheden. Prijsvraag: wie was onze vorige Europese commissaris? En die daarvoor?


Burgers ergeren zich aan Europa omdat er zoveel geld gaat naar dat over-en-weer-reizen tussen Brussel en Straatsburg. Weinigen worden warm van Europa. Tegelijk creëert Europa veel sociale en economische kilte, vraag dat maar aan de Grieken en Portugezen. Warmte krijgen ze daar van Moeder Natuur, niet van Brussel.


Sluipende verschuiving

Spijtig genoeg zal het in mei ook niet gaan over de infame invloed van de Europese besluitvorming, waarbij Europarlementairen vaak evenzeer van de zijlijn (moeten) toekijken als de gemiddelde Europese inwoner. Qua beslissingsmacht gooit de Europese Commissie meer gewicht in de schaal dan ons federale parlement. In het Belgische parlement ondergaan ze lijdzaam hoe de invloed sluipend verschuift naar Europa. Zelfs de begrotingscontrole wordt toevertrouwd aan een handvol eurocraten. Menig Europees verdrag wordt in ons parlement bekrachtigd zonder inhoudelijk debat en vaak met een snel opgetrommelde meerderheid. Onbegrijpelijk hoe de politieke macht zonder veel gemor wordt doorgeschoven.

Anti-Europese gevoelens worden momenteel vooral verwoord door populistische partijen van rechtse signatuur. Zo hebben zij het monopolie van de anti-Europese gevoelens gekaapt. Wie meer dan ernstige bezwaren oppert, wordt gemakshalve in hun kamp geplaatst. Zo zou je schrik krijgen om nog bedenkingen te maken bij het Europese beleid. Je zou zo eens een rechts discours kunnen steunen.

Concurrentiekracht

In het verleden trokken de vakbonden steevast de Europese kaart. In de hoop en met de terechte verwachting dat een grensoverschrijdend solidair verhaal het zou moeten halen op nationalistische reflexen. Maar wat onze Europese en nationale beleidsmakers ervan gebrouwen hebben, is precies het tegenovergestelde. Nooit gaat Europees beleid over solidariteit. Zelden gaat het over mensen aan boord krijgen. Te vaak gaat het over uitsluiting. En telkens opnieuw draait het rond de concurrentiekracht en –positie. Als Europa en de kandidaten voor het Europees Parlement steun willen krijgen van de werkende bevolking,  zullen ze dus fundamenteel voor een heel ander beleid moeten kiezen.


Eigenlijk is dat de boodschap waarmee wij, samen met het Europees Vakverbond, op 4 april om 11.00u in Brussel deelnemen aan een Europese betoging. Het huidige Europese beleid zint ons niet. De werknemers eisen een sociaal en solidair Europa. Komt dat er niet, dan dreigen ook de bonden een anti-Europees verhaal te ontwikkelen. Een Europa dat tegen de belangen van werknemers handelt, kan geen steun van hen blijven verwachten.


Ferre Wyckmans

Algemeen Secretaris LBC-NVK

donderdag 6 februari 2014

Tergende voorstellen

Standpunt in Ons Recht door Ferre Wyckmans


Met de verkiezingen van 25 mei in zicht lijkt het Vlaams, Belgisch en Europees kampioenschap ‘werknemers plagen’ op gang geschoten. Er wordt overigens een combiné gereden, want ook het kampioenschap ‘werkgevers pamperen’ blijkt aan de gang te zijn. Het is niet zo dat de winnaar al bij voorbaat gekend is. Neen, er wordt met verbetenheid gestreden en dan is de eindmeet en dus ook de eindspurt nog niet in zicht.

Het is onthutsend welke tergende voorstellen naar voren worden geschoven. Elke krasse ambitie mag daarbij uitgebreid in woord en beeld aan bod komen, vaak zonder veel weerwerk van het journalistieke korps. Dat geeft flink te denken. Over de inhoud van de berichtgeving én over de vaststelling dat de pers lang niet altijd blijk geeft van kritisch denkvermogen.

De voorlopige winnaar van al dit geweld is de werkgeversvereniging Unizo, meer bepaald haar voorman Karel Van Eetvelt. Een man die zich nog altijd een ‘sociale partner’ noemt en die anderen in dit vak lessen denkt te moeten geven. Van Eetvelt is niet sociaal en al evenmin een partner in iets wat ‘overleg’ heet.

Van Eetvelt

Wat is namelijk zijn plan? De lonen volledig blokkeren tot 2016, de index afschaffen en de loonkosten – mogelijk via de socialezekerheidsbijdragen – met zo’n twee miljard euro extra per jaar verminderen. Van Eetvelt pleit letterlijk voor ‘het verminderen van de koopkracht’. Met zulke ideeën is hij een stevige kanshebber op een podiumplaats. Hij wil ook de bedrijfsbelastingen zien zakken en de uitkeringen in de sociale zekerheid bevriezen.

Als we deze ‘remedies’ toepassen, zou dat zo’n 80.000 nieuwe banen moeten opleveren. Maar garanties zijn er niet. Of zoals Van Eetvelt zelf zegt: de terugverdieneffecten worden al te vaak overschat. De inleveringen door de werknemers moeten ‘maxi’ zijn, net zoals de garanties voor de werkgevers. Maar ‘mini’ is het ordewoord van Unizo als het om de werknemersrechten gaat.

Wij kunnen Van Eetvelt niet het recht ontzeggen om zich nog ‘sociale partner’ te noemen. Maar voor de LBC-NVK is het zonneklaar dat de man deze titel niet langer verdient.

Dexia

Opgelet: Unizo heeft concurrentie! Caroline Ven van het ‘ondernemersplatform’ VKW ging flink tekeer tegen diegenen die kritiek leverden toen Dexia enkele van zijn directeurs 30 procent méér loon wilde toekennen. Ze ergerde zich over ‘over het zoveelste dossier waarbij de regering het loondebat naar zich toe trok’.

Toen de regering de gewone lonen voor 2013 en 2014 wettelijk blokkeerde, hoorden we Ven niet reclameren. Een salaris van 450.000 of 600.000 euro voor een topmanager vindt ze ‘geen hoogvlieger’. Volgens Ven krijg je voor zulke lonen alleen ‘derde keus’ in je onderneming. ‘Ethische verwachtingen’ noemt ze ‘een heel onduidelijk criterium’ wanneer het om lonen gaat. Veel zin voor de realiteit heeft ze niet.

In de Kamer noemde N-VA-fractieleider Jan Jambon de hele discussie over de toplonen ‘naast de kwestie’. “We zouden veel beter af zijn door competente mensen te benoemen in de raad van bestuur”, klonk het. Zoiets komt dan uit de mond van een partij die vindt dat er over een indexering van de lonen telkens moet worden onderhandeld en dat dit geen automatisch recht is. Een partij die de loonblokkering best nog een tijd wil behouden en die de werkloosheidsuitkeringen in de tijd wil beperken. Toplonen zijn géén probleem, werkloosheidsuitkeringen zijn dat wel. Tja, dat is dan duidelijk, ook voor de kiezers.

De komende maanden worden nog heel leerrijk.

Ferre Wyckmans
Algemeen Secretaris LBC-NVK

 


maandag 30 december 2013

Het kan anders, het moet beter ... Standpunt Ferre Wyckmans in Ons Recht


Bij de wissel van Oud naar Nieuw willen we allemaal met hoop op een voorspoedig komend jaar die nabije toekomst positief tegemoet zien. Jaarwissels zijn alleen al om die reden goed. Ze geven ons de kans om wat oud en minder oké was even achter ons te laten en de fortuinlijke blik vooruit te richten. Perspectief op beter… het is het begin van beter. Wij wensen het u allen op alle mogelijke niveaus en in zoveel mogelijk omstandigheden van harte toe.
Optimisme wordt soms wel eens een plicht genoemd. Nu kan optimisme ook natuurlijk wat overdreven zijn. Tegen beter weten in alles toch door de meest rooskleurige bril blijven bekijken of beoordelen neigt dan naar naïviteit. En als foute zaken heel bewust toch worden goedgepraat is de leugen eigenlijk niet ver af. Daaraan moest ik denken toen ik zo net voor het jaareinde twee uitspraken hoorde of las.

 
Kapitalisme

 
Volgens Open-VLD voorzitster Gwendolyn Rutten heeft het kapitalistisch systeem door zijn omgang met de crisis het bewijs geleverd ‘het beste systeem te zijn dat denkbaar is’. Rutten vergeet dat precies de essentie van een deel van het kapitalistisch systeem, namelijk het eenzijdig gericht zijn op winstmaximalisatie, de crisis veroorzaakt heeft. Regeert hier de goedgelovigheid of de fictie?

Caroline Ven, de topvrouw van het ondernemersplatform VKW, formuleerde het eerder in 2013 zo mogelijk nog spitanter. Zij sloot het jaar af door opnieuw haar geliefde stelling uit de kast te halen: dankzij het kapitalisme heeft iedereen op een gelijkwaardige manier toegang tot het verwerven van rijkdom en welvaart; en als dat niet het geval is, heeft de overheid tekort geschoten. Kortom: niet het kapitalisme zit fout, maar de overheid die te weinig remedieert. Mogen we dit als een pertinente uitnodiging beschouwen om het geld te halen waar het zit en zo de rijkdom en welvaart beter te verdelen?
Meteen zijn we, voor zover nog nodig, weer gealarmeerd als het gaat over rechtvaardigheid gaat en de vraag hoe daar werk van te maken. ‘Anders en beter’ is ook onze doelstelling voor 2014. Een economie zonder spelregels en bijsturingen leidt niet, en al helemaal niet automatisch, tot een rechtvaardige verdeling. Niet van inkomens, niet van rijkdom, niet van kansen en niet van welvaart. Omgekeerd: ook de armoede wordt erg ongelijk verdeeld. Hebzucht mag dan des mensen zijn, onevenwicht in welke verdeling dan ook is zeer eigen aan economische vrijbuiterij. Het blijft onbegrijpelijk en onverdraaglijk dat de politieke ijver om daar dan paal en perk aan te stellen zover wegblijft.

 
Vermogensbelasting

 
Het ACV-plan voor een belasting op grote vermogens zullen we als LBC-NVK met meer ijver dan ooit en overal te berde brengen. En dat zal nodig zijn omdat het een perfect en geloofwaardig alternatief is om centen te vinden waarmee je een sociaal beleid, inclusief loonkostenverlaging, kan financieren. Zo worden financiële middelen gehaald bij diegenen die bij loonblokkeringen worden ontzien en die tegelijkertijd ook ontsnappen aan belastingen die zo zwaar wegen op inkomsten uit arbeid.

Dat plan is even eenvoudig als gerechtvaardigd. Vermogens boven de 1 miljoen euro, de eigendom van de eigen woonst  niet meegeteld, betalen één procent (!) belasting op hun vermogen en de staat incasseert zes miljard euro. Veel geld? Inderdaad, maar nog minder dan wat enkele honderden bedrijven nu opstrijken dankzij de notionele intrestaftrek.


Ook hier blijkt de ambitie ver weg. Toen minister van Financiën Koen Geens zijn fiscale maatregelen voor obligaties voorstelde en de belastingvrijstelling wilde koppelen aan de  voorwaarde om spaargelden bekend te maken, reageerde mevrouw Rutten extreem afwijzend: dat zou de aanzet zijn voor een vermogenskadaster en dus een vermogensbelasting. “Nooit, over ons lijk, daar wordt niet aan geraakt”, zo klonk het.

 
Kramp

 
De immer fiscaal behoudsgezinde voorzitter van het Nationaal Syndicaat van Zelfstandigen, Christine Mattheeuws, schoot ook in een kramp: “We kunnen al raden wat de tweede stap zal zijn. De fiscus zal iedereen die niet spontaan gegevens wil overmaken aan een grondige controle onderwerpen. Op den duur zijn we niet ver meer van een vermogensbelasting, wat voor alle duidelijkheid voor ons absoluut geen optie is.” Bij het NSZ is onduidelijkheid ook geen optie. Toch al iets.

Maar de roep om fiscale rechtvaardigheid lijkt veld te winnen in de maatschappij. Voor ons mag het gerust een hoofdthema worden bij de verkiezingen van 25 mei. Zo zal het gaan over wat er écht toe doet. Rechtvaardigheid is een groot en verdedigbaar goed. Ook de fiscaliteit moet op dat punt evolueren. Het komt niet vanzelf, overheidsoptreden is dus nodig. Voor ons is de keuze duidelijk.

Een fijn, maar ook strijdbaar Nieuw Jaar toegewenst!

 
Ferre Wyckmans
Algemeen Secretaris

 

 


 

woensdag 4 december 2013

De verkiezingen zijn begonnen -Standpunt van Ferre Wyckmans in Ons Recht


De lonen van de jongeren moeten naar omhoog. Want wie jong is en nog aan het begin van zijn loopbaan staat heeft wanneer het gezin uitbreidt of gesetteld raakt meer centen nodig dan wie ouder en uit de kinderen is en al gesetteld is. Dat is geen ‘quote’ van de jongerenafdeling van deze of gene politieke partij, al zou die redenering daar perfect op applaus worden onthaald. Neen, het is de stelling waarmee onze federale minister van Werk, Monica De Coninck – uiteraard – de pers haalde.

Minister De Coninck is niet de eerste die deze voor jongeren aanlokkelijke redenering verwoordt. Het probleem van zulke betogen is dat het een typisch voorbeeld is van alleen ‘a’ zeggen en over ‘b’ zwijgen. Het a-verhaal, beperkt tot de hogere lonen voor jongeren, is niet te schrijven zonder de b-alinea, namelijk dat er dan aan de lonen van de ouderen zal worden geraakt. Want het gaat over ‘meer’ bij het begin en ‘minder’ aan het einde. Hoeveel meer en dus hoeveel minder, dat wordt er nooit bij verteld.

Zogenaamd welmenende humanresourcesmanagers vinden het een fraai voorstel waarop voort te borduren valt. Ja, hoe dan. Zullen we de barema’s – die al een tijdje geen leeftijds- maar anciënniteitsbarema’s zijn – helemaal omgooien of weggooien ondanks het feit dat ze bij cao werden afgesproken? Of zullen alleen de jongerenlonen nu plots worden verhoogd?

Geen misverstand

Laat er géén misverstand over bestaan. Uiteraard is de vakbond voorstander van betere lonen voor jongeren. Maar van de afgesproken van lonen op basis van rechten en anciënniteit wordt wel afgebleven. En de vraag is dus of dat ook de keuzes zijn waarvoor wordt gepleit. De vakbond heeft een donkerbruin vermoeden dat werkgevers ergens anders op uit zijn. Alle dagen opnieuw wordt het refrein van de te verlagen loonkosten in alle toonaarden gezongen. En nu zouden plots hogere lonen voor jongeren hier perfect mee te verzoenen zijn?


Even naar de werkelijkheid kijken, te beginnen bij de jongerenwerkloosheid. In Vlaanderen, in België en in heel Europa is de jongerenwerkloosheid een gigantisch probleem en het is nog absoluut niet onder controle. Loon is er pas als er werk is. In Europa bedraagt de jongerenwerkloosheid nu om en bij de 25 procent, met uitschieters in Spanje en Griekenland waar de helft of meer van de jongeren onder de 25 geen job heeft. Vorming en opleiding – of het gebrek eraan – zijn niet zelden bepalende factoren.

Maar ook bij ons is de jongerenwerkloosheid bij hoger geschoolden opnieuw een fenomeen dat opdaagt. Geen gebrek aan scholing? Dan is het wel het gebrek aan ervaring. Of de loonkosten.

Verkiezingskoorts

Niet mijn inschattingen, wel vaststellingen die we telkens opnieuw moeten maken. Hoe kan je dan het fraai ogende en heerlijk klinkende idee van hogere lonen voor jongeren – en lagere voor ouderen –als beleidsvisie proclameren?  Ik vrees dat we hier met een opstoot van verkiezingskoorts zitten.


Die verkiezingsmodus zal in de komende periode een groot deel van de politieke actualiteit bepalen. Er zal naar de mond worden gepraat van kiezers dat het een lieve lust is, er zal met wetenschappelijke en amateuristische studies en enquêtes worden gezwaaid tot we er moe van zijn. Het zal kortom weer weerwerk vragen om beloftes en realiteit van elkaar te kunnen onderscheiden.

Dat zal niet beletten dat wij inderdaad onze visies, verzuchtingen en voorstellen zullen aankaarten. Voor ons geen redeneringen die steunen op eenzijdige aspiraties over staatkundige kronkels eerst, geen redeneringen waarbij de economie de motor van alle vooruitgang wordt genoemd en geen maatschappijkeuze waarbij alles vertrekt van de individuele verantwoordelijkheid of mogelijkheden. Die laatste zijn immers, zoals zoveel, erg ongelijk verdeeld.
Een rechtvaardige herverdeling van middelen en mogelijkheden. Het zal onze toetssteen van elk voorstel of plan zijn en blijven. De electorale opsmuk van sommige voorstellen zullen we met deskundige demaquillage tot de werkelijkheid terugbrengen. U leest er de komende maanden meer over.

 
Ferre Wyckmans
Algemeen Secretaris LBC-NVK

donderdag 31 oktober 2013

Vernieuwde aandacht voor sociale zekerheid

In diverse kranten verschenen de voorbije weken columns waarin werd nagedacht en gediscussieerd over de sociale zekerheid of aspecten ervan. Niet alles wat daaromtrent werd gedebiteerd verdient onze blinde appreciatie. Maar eindelijk zagen we nog eens een opeenstapeling van ideeën over het belang van de sociale zekerheid.

Die invalshoek dreigt wel eens te worden ondergesneeuwd wanneer de focus eenzijdig wordt gelegd op de financiële problemen van de sociale zekerheid. Maar al te vaak en gretig wordt het systeem geproblematiseerd om zo sterk in de verf te zetten dat het ‘niet meer betaalbaar is’ en dus moet worden gesaneerd.
Al jaren wordt het debat over de pensioenen vergiftigd met doemscenario’s in de overtreffende vorm. Bijvoorbeeld met de trilogie van langer werken, de nood om je extra te verzekeren via een tweede en derde pijler en doemscenario’s over een faillissement van het pensioenstelsel. Meer nog, er wordt ook een generatieoorlogje van gemaakt.

Verademing
Telkens weer kan je de vraag stellen of hier met oprechte bedoelingen wordt nagedacht over het behoud van onze sociale zekerheid, dan wel of het eigenlijk de bedoeling is het stelsel te ondergraven. Maar al te vaak komt het doemdenkersverhaal uit redelijk verdachte sociaal-economisch rechtse hoek. Daarom was het op zijn minst een verademing dat Groen pleitte voor een gegarandeerd voldoende hoog basispensioen voor iedereen. Zo’n voorstel biedt perspectief en verdient het om naast de eenzijdige afbouwscenario’s te worden gelegd.

Voor de ziekteverzekering duikt met grote regelmaat het voorstel op dat de eigen verantwoordelijkheid voor gezond leven de norm mag worden om uit te maken of iemands recht op gezondheidszorg gewaarborgd blijft. Leefde je ongezond? Probleem. Er komen ook variaties op dit thema. Zo blijkt er in Vlaanderen een grote meerderheid te zijn die de toegang tot (dure) gezondheidsvoorzieningen afhankelijk wil maken van het nog te verwachten aantal levensjaren. De notie van de ‘te verwachten levensjaren’ werd recent ook nog gehanteerd om te bepalen tot wanneer mensen zouden moeten blijven werken.


Stuk voor stuk zijn dit redeneringen die het basisprincipe van de solidariteit in de sociale zekerheid ondermijnen. Het recht op zorg, op pensioen, op kinderbijslag… wordt een zaak van verrekenen. De zogenaamde ‘return on investment’. Wat ik erin heb gestoken bepaalt wat ik er ook kan uithalen. Zo wordt de sociale zekerheid louter gereduceerd tot een georganiseerd individueel spaarsysteem. Je zal dan maar langer leven dan gemiddeld, ongezonder zijn dan gemiddeld of heel je leven in een minder betalende sector of onderneming hebben gewerkt.


Herverdelend effect

Is de discussie over de financiering van de sociale zekerheid daarmee afgedaan als niet belangrijk? Absoluut niet. Maar onze sociale zekerheid kan evenmin worden herleid tot louter iets wat geld kost. Niet het kostenplaatje voor het individu of de gemeenschap is de norm, wel - of minstens ‘ook’ – wat levert ons dit systeem op aan voordelen in vergelijking met andere stelsels. De sociale zekerheid heeft een solidaire en herverdelende dimensie, waarbij de sterksten in de breedste betekenis van het woord de zwaksten ondersteunen. Er is inderdaad ook een ‘verzekerings’-dimensie. Onze bijdrage, berekend op ons loon, is een verzekeringspremie maar met het enorme verschil dat die premie geen risicogebonden premie is. Iemand met een zwak gestel betaalt niet meer dan iemand die blaakt van gezondheid. Zodra die verzekeringslogica wordt bovengehaald zullen de zwaksten het gelag dubbel betalen. Hogere premies én minder uitkeringen dreigen hun lot te worden.


Ons stelsel van sociale zekerheid heeft enorm geholpen om inkomsten te herverdelen. Via een louter private redenering had je dat nooit kunnen realiseren. Dan zou immers een winstlogica van toepassing zijn die op geen enkele wijze te rijmen valt met de idee van universele – steeds en voor iedereen geldende – rechten tegen een betaalbare prijs.


Eigenaars en erfgenamen

Met belangstelling volgen we de debatten daarover. Ze zijn zoveel interessanter dan de te doorzichtige verhalen over financiële rampen. De sociale zekerheid, laten we dat vooral zelf nooit vergeten, is ontstaan uit de werknemersbewegingen. En de sociale zekerheid wordt voor veruit het grootste deel gefinancierd door bijdragen op ons loon. Wij zijn dus eigenaars en erfgenamen.


De visie op en het beheer van de sociale zekerheid komt in de eerste plaats toe aan de werknemers. Iets wat maar al te snel wordt vergeten of weggemoffeld, liefst onder financiële statistieken.


Ferre WyckmansAlgemeen Secretaris