woensdag 5 januari 2011

IPA beter in januari? - Standpunt in januari nummer Ons Recht

Vakbonden en werkgevers hebben de gesprekken over een nieuw Interprofessioneel Akkoord (IPA) op 23 december voor een tijdje stilgelegd. Ellenlange officiële vergaderingen, tal van informele contacten en het overtreffende berekeningswerk in technische werkgroepen leverden te weinig overeenstemming op om een akkoord te beklinken. Dus werd een rustpauze ingelast. Na de periode van de feestdagen willen de onderhandelaars een vers blik goede wil opentrekken om tot goede afspraken te komen. Als de geesten wat tot rust zijn gekomen en de gemoederen wat aan heftigheid hebben ingeboet.

De onderhandelingen gaan over vier thema’s. Al die thema’s hebben hun belang maar elk ervan heeft een eigen soortelijk gewicht.
Zo is er de kwestie van de welvaartsvastheid van de uitkeringen. Zeg maar de afspraken die nodig zijn om werkloosheids- en ziekte-uitkeringen, pensioenen en uitkeringen bij beroepsziekten te verhogen. Ook in die deelsectoren moeten prioriteiten qua omvang en timing worden bepaald. De onderhandelaars moeten daarbij rekening houden met de middelen die de overheid ter beschikking stelt. Het gaat om 498 miljoen euro in 2012 en maar de helft daarvan in 2011. Een oefening waarvan het resultaat ongeveer in zicht is.
Een tweede dossier gaat over de verlenging van sommige maatregelen. Het belangrijkste onderdeel hiervan is de mogelijkheid om sommige brugpensioenen ook in 2011 en 2012 te kunnen toepassen. Ook hierover ligt een akkoord in het verschiet.

Loonmarge

Voor de twee resterende onderwerpen is er voorlopig minder reden tot enthousiasme. In november becijferde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) dat er voor de jaren 2011 en 2012 samen een zogeheten loonmarge van vijf procent is. De CRB hield daarbij rekening met een aantal omstandigheden in de ons omringende landen. Om de index te handhaven zal naar schatting 3,9 procent nodig zijn. Hierdoor is er een echte, gemiddelde loonmarge van 1,1 procent. Niet veel maar toch.
Wie schetste onze verbazing toen de werkgevers stelden dat de berekeningen niet juist waren. Volgens hun rekenkunde moet het principe van de loonindexering worden herzien en is er helemaal niks beschikbaar voor loonsverhogingen. Als de werkgevers die houding zouden aannemen om strategisch de gesprekken wat te bemoeilijken, dan zouden de vakbonden nog kunnen volgen. Maar hun houding bleek toch meer dan strategisch. Ze wilden daadwerkelijk onder de index door en hielden vol dat er nergens loonsverhoging mogelijk was. Op dit vlak valt dus nog wat kwade wil weg te masseren.

Statuut

Het laatste en lastigste dossier gaat over de vraag hoe je de verschillen tussen arbeiders en bedienden wegwerkt. Elders in dit nummer van Ons Recht gaan we daar nog wat dieper op in.
Maar toch nog even de essentie van dit verhaal. Tussen arbeiders en bedienden zijn er zodanige verschillen dat je eigenlijk van discriminatie kan spreken. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar. Die verschillen wegwerken doe je door de positie te verbeteren van diegenen die benadeeld worden. Eventueel in de tijd gespreid.
Ook hier duikt een hoogst eigenaardige logica op. “Geef de ene wat meer en de andere wat minder”, zeggen de werkgevers. Elke vergelijking loopt wel eens mank. Maar stel je voor dat in de VS of in Zuid-Afrika de discriminatie tussen blank en zwart op die manier zou zijn opgelost. Discrimineer ook de andere groep… en er is geen probleem meer. Foute boel, foute redenering en foute argumenten. Terugkomen in januari dus.

Ferre Wyckmans

Algemeen Secretaris LBC-NVK

Geen opmerkingen:

Een reactie posten